Een logopedist helpt mensen met problemen met communicatie, stem, slikken en eten. Aleida en Rania zijn logopedist en werken met kinderen tot 6 jaar. Na meer dan 35 jaar bij Vogellanden neemt Aleida nu afscheid en gaat ze met pensioen. Rania staat aan het begin van haar carrière: ze deed hier haar afstudeerstage, werd begeleid door Aleida en mocht daarna blijven.
Werken met de allerkleinsten
Aleida en Rania werken in het team voor kinderen tot 6 jaar. Sommige kinderen zijn pas anderhalf of 2 jaar als ze starten. Ze zien kinderen met problemen die te maken hebben met de hersenen, ontwikkelingsachterstand, spierziektes of eetproblemen. Maar ook kinderen die veel te vroeg geboren zijn. Rania: ‘2 kinderen met dezelfde ziekte zijn nooit hetzelfde. Ook al lijkt het nog zo op elkaar, het betekent dat niet dat je dezelfde oefeningen kunt doen. Het verschilt zo erg van elkaar. Dat vraagt maatwerk en dat maakt het juist ook zo’n mooi vak.’ Ze beginnen hun dag vaak op de peutergroep. ’s Middags zien ze kinderen die poliklinisch komen, dus die thuis wonen en voor behandeling naar Vogellanden komen. Tussendoor is er overleg met collega’s. Geen dag is hetzelfde.
Samen werken aan 1 kind
Op de afdeling werken ongeveer 50 mensen. In het team tot 6 jaar zo’n 30 collega’s: logopedisten, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, artsen en anderen. Rania: ‘Je leert dat een kind niet alleen uit het mondgebied bestaat. Met een team van verschillende specialismen kun je een kind echt als geheel bekijken.’ Aleida legt uit waarom dat belangrijk is. ‘Je kunt niet eten en drinken als je niet de macht hebt over je lijf. Dan kun je je beker niet eens optillen.’ Alles heeft met elkaar te maken. ‘Een kind is een totaal. Door samen te werken begrijp je ook beter waarom andere collega’s iets op een bepaalde manier doen. Dat helpt weer in je eigen behandeling.’
Ze geeft een voorbeeld: ‘Een baby leert in het eerste levensjaar omrollen. Dat is een draaiende beweging. Kauwen is ook een draaiende beweging. Soms vraag je de fysiotherapeut dan om een bepaalde beweging te trainen, zodat het kind ook kan leren kauwen. Als het grote bewegen lukt, zie je het terug in het kleine, zoals kauwen.’
Kleine stappen, groot verschil
Rania vertelt over een jongetje met een ernstig spraakprobleem. Hij begrijpt alles, maar niemand kon hem verstaan. Eerder kreeg hij ergens anders hulp, maar zonder resultaat. ‘Wij dachten dat er ook een ander probleem met de hersenen was. Dan moet je een andere aanpak proberen.’ In plaats van alleen klanken oefenen, werkten ze volgens een programma dat zich richt op het aansturen van de mondbewegingen. ‘Het kind weet vaak wel wat hij wil zeggen, maar het lukt niet goed om de juiste bewegingen van tong, lippen en kaak te maken. Daarom lieten we hem niet alleen klanken nazeggen, maar oefenden stap voor stap met hoe je die klanken maakt. Eerst losse klanken, daarna combinaties en pas later woorden. Ze werkt nu twee maanden met hem. ‘In het begin merkte ik tijdens een spelletje, waarbij we samen kaartjes telden, dat elke klank nog anders klonk. Vorige week deden we dat opnieuw en toen dacht ik: ik versta wat je zegt! De klanken werden steeds duidelijker. Zijn moeder merkte het thuis ook. Ze zei: “hij is rustiger, omdat hij nu begrepen wordt”. In korte tijd kan er veel veranderen. Als een kind zichzelf duidelijk kan maken, maakt dat een groot verschil.’