Alles veranderde in één klap
Johan werd met zwaar letsel naar het ziekenhuis gebracht. ‘Mijn linkerbeen was niet meer te redden. Mijn linkerarm was verlamd door een afgescheurde zenuw. En ik had hersenletsel. Mijn carrière was in één keer over. Geen werk meer, geen inkomen. En ik was de kostwinner. Naast het ongeluk kwam er ook nog van alles bij: revalideren, rechtszaken, huis aanpassen. Het was gewoon heel veel. Dat is echt een hele wereld op zich.’ Zijn vrouw was ondertussen hoogzwanger. ‘Dat was pittig. Zij had de zorg voor de kinderen, het huis, alles. Maar ze deed het gewoon. Ik heb een sterke vrouw. Daar heb ik veel aan te danken.’
Een half jaar intern bij Vogellanden
Na 2 weken ziekenhuis kwam Johan bij Vogellanden terecht. ‘Ik woonde op de Grutto, aan het einde van de gang rechts. In het begin kon ik helemaal niks. Wassen, aankleden, leren eten met één hand. En dan denk je: hoe moet dat allemaal? Nou, dat leer je hier.’ Hij kreeg ergotherapie en fysiotherapie, sprak met de maatschappelijk werker en de psycholoog en ging zwemmen. ‘In het begin dacht ik: dat lukt nooit met één been en een verlamde arm. Maar dat viel mee. In het water voel je je weer even vrij. Dat je beweegt, dat doet wat met je.’
‘Ik wil mijn leven weer organiseren’
‘Ze zeiden bij Vogellanden: “Johan je kunt ook computerlessen volgen.” Dat vond ik allemaal prima, maar ik wilde gewoon naar huis. Ik had van alles te regelen: een huis dat aangepast moet worden, rechtszaken, de kinderen. Ik was een half jaar weg geweest en wilde weer in mijn eigen omgeving uitvogelen hoe ik het allemaal moest doen.’
Eenmaal thuis begon de tweede revalidatie. 'Ik sliep beneden, op een hoog-laag bed van de thuiszorg. Ik ging in het begin 4 keer in de week met de taxi op en neer naar Zwolle. En ik moest opnieuw leren fietsen. Ik kreeg toen een driewielfiets aangeboden. Ik dacht: dat gaan we niet doen hoor. Maar dat was gewoon een vooroordeel. Want er zijn hele mooie fietsen. En ik dacht later: ik kan beter rijden dan thuiszitten.’
Samen verder
Zijn gezin en geloof in God waren zijn houvast. ‘Ik heb een sterke vrouw, maar ook sterke kinderen. Ze hebben allemaal hun eigen manier gevonden om ermee om te gaan. En we hebben heel veel hulp gehad. Vanuit de kerk, de buurt, het dorp. Er is veel voor ons gebeden, daar zijn wij dankbaar voor. Er kwamen mensen koken, schoonmaken, klussen. Je weet dan: we staan er niet alleen voor. Dat draag je samen. En dat geeft rust. Wij weten ons gedragen door het geloof. Wij gaan op zondag naar de kerk, we lezen de Bijbel, het woord van God. Ik ben ervan overtuigd dat er altijd hoop is. Mensen zeiden hier weleens: “Johan, je bent nooit boos.” Nou, ik kán wel boos worden hoor. Maar ik dacht steeds: dit heeft geen zin. We moeten vooruit. Dat is ook een keuze.’
Leven met wat er is
14 jaar later kijkt Johan met dankbaarheid terug. ‘Mijn leven heeft een hele andere wending gekregen. Maar ik heb wel een mooi leven. Een avontuurlijk leven zelfs. Je moet kijken: wat vind je leuk? Voor mij was dat altijd werken met mensen. En dat doe ik nu nog steeds. Alleen anders. Ik zeg altijd: er is altijd hoop. Vogellanden heeft daar een groot aandeel in gehad. Ik heb hier niet alleen gerevalideerd, maar vooral leren leven met wat er is.’
‘Je leven stopt niet na een ongeluk. Dat dacht ik eerst wel hoor. Maar het gaat gewoon door, alleen anders. Kijk naar wat nog wél kan. Vraag hulp, ook als je dat moeilijk vindt. En blijf iets doen wat bij je past. Ik ben van servicemonteur naar een zorgboerderij gegaan. Dat is een wereld van verschil, maar het voelt goed.
En geloof in God helpt mij ook. Ik weet: er is altijd hoop.’
Johan