Paul werkt als tandarts geriatrie: hij is specialist in mondzorg voor kwetsbare oudere mensen. Eén dag per week werkt hij voor Vogellanden in verschillende verzorgingshuizen. ‘Ik werk op 5 tot 6 plekken, soms wel 4 op één dag. Dan rijden we van Kampen naar IJsselmuiden, naar de Vijverhof in Kampen en weer terug. Een hele organisatie.’ Voor Paul is het belangrijk dat kwetsbare ouderen goede mondzorg krijgen, ook als ze niet meer zelf naar de tandarts kunnen.
Een vak dat bij hem past
Paul leerde al vroeg de mondzorg voor ouderen kennen. Als student liep hij mee met een tandarts in verzorgingshuizen. ‘Toen zeiden ze: Paul, jij moet dit gewoon gaan doen. Dit past bij jou. Je overziet het hele plaatje en je hebt een leuke klik met mensen.’ Hij volgde daarna een extra opleiding tot tandarts geriatrie. ‘In die opleiding leer je niet alleen over tanden, maar ook veel over ziektes, medicijnen en hoe dat allemaal invloed heeft op de mond. Je moet echt medische kennis hebben. Ik moet bijvoorbeeld weten wat vijftien verschillende medicijnen doen met het tandvlees of het speeksel van iemand.’
Tijd voor de mens achter de patiënt
In een gewone tandartspraktijk gaat het vaak om zoveel mogelijk patiënten helpen. Alles is strak gepland. ‘Je hebt een agenda met afspraken van een paar minuten. Je hebt weinig ruimte. Maar in het verpleeghuis werkt het anders. Daar is wel ruimte voor een gesprek. Iemand komt binnen, heeft net zijn partner verloren, moet zijn huis achterlaten, mag zijn spullen niet meenemen. En dan moet je ook nog van tandarts wisselen. Dan is het belangrijk dat ik even de tijd neem om mezelf voor te stellen. Even een hand geven en vertrouwen opbouwen.’ Hij noemt de doelgroep ‘relaxed’. ‘Maar het zijn wel mensen met een verhaal. Ze komen niet zonder reden bij mij in de stoel. Vaak is er iets heftigs gebeurd in hun leven.’
Goede zorg betekent comfort
‘Ik hoop dat mensen zich gehoord voelen als ze bij mij in de stoel zitten’, zegt Paul. ‘Iedereen die hier komt heeft een verhaal. En dan is het mijn taak om goede zorg te leveren, die past bij hun situatie. In het verpleeghuis draait het niet om een perfect wit gebit. Hier gaat het erom dat mensen een boterham kunnen eten. Dat ze geen pijn hebben. Dat hun gebit geen irritatie geeft. Misschien zelfs een prettige mondgeur. Zodat ze gewoon prettig kunnen leven.’ Tegen jonge tandartsen wil hij zeggen: ‘Het vak is veel gaver dan de naam doet lijken. Je werkt met mensen, met verhalen, met ingewikkelde situaties. Je kunt echt iets betekenen. En we hebben mensen nodig. Het tekort aan gespecialiseerde tandartsen groeit. Dus ik zou zeggen: denk er eens over na.’