‘Ik wist niet waar de verlamming ging stoppen’
‘In 2018 was ik erg ziek. Ik dacht dat het met 2 paracetamol wel over zou gaan, maar dat was niet zo. Ik werd steeds zieker. Ik kreeg koorts en na mijn werk was ik helemaal uitgeput. Toen het echt niet meer ging, ben ik in het weekend naar de huisartsenpost gegaan. Ze stuurden me door naar de spoedeisende hulp. Ik bleek een ontstekingswaarde te hebben van boven de 300. Dat is heel erg hoog. De volgende dag kon ik niet meer lopen, ik was verlamd aan het raken. Ik kon steeds minder, de verlamming trok omhoog. Dat was heel angstig, want ik wist niet waar die ging stoppen.’
MRI-onderzoek redde het leven van Paul
Gelukkig stopte de verlamming net boven zijn buik, vertelt de 64-jarige Paul. ‘Niemand in het ziekenhuis wist wat er aan de hand was. Maar het ging steeds slechter met mij, ik was aan het overlijden. Toen kwam er een neuroloog die een MRI liet maken van mijn hele ruggengraat, van mijn hersenstam tot mijn stuitje. Daarop zagen ze een grote ontsteking die een zenuw afknelde. Het bleek te gaan om een streptokokkenbacterie. Diezelfde avond ben ik geopereerd. Dat was maar goed ook. Als de operatie een dag later was geweest, had ik het waarschijnlijk niet overleefd.’
De kans om weer te lopen was klein
Direct na de operatie voelde Paul zich beter. Hij had weer trek in eten. Maar in de verlamming zat geen verbetering. ‘De neurochirurg vertelde me dat ik een dwarslaesie had. Omdat die was ontstaan door druk op de zenuw, was er een kleine kans dat ik weer zou leren lopen. “Maar je hebt het zelf in de hand”, zei hij. Dat gaf mij veel motivatie.’
Na een maand ging Paul naar Roessingh, Centrum voor Revalidatie in Enschede. ‘Ik zei dat ik Roessingh lopend wilde verlaten. Dat is niet helemaal gelukt, maar ik heb er wel mijn eerste stapjes gezet.’
Paul wilde bij Vogellanden blijven
‘De vooruitgang deed me veel, omdat ik bezig was met iets waarvan ik dacht dat het zou lukken.’ Uiteindelijk was daar het moment: Paul liep met krukken in de beleeftuin. ‘Dat is een speciale plek voor mij. Ik oefende daar op verschillende ondergronden. Iedere 6 weken maakten we samen een nieuw behandelplan. Voor mij mocht het lekker lang duren! Ik heb het nooit als iets vervelends ervaren. Ik trainde met fysiotherapeuten die veel kennis hadden. Ze zagen wat ik nodig had. Ze hielpen mij ook met het aanvragen van hulpmiddelen, zoals wc-beugels en een traplift. Ik voelde me serieus genomen. Als ze mij morgen bellen om weer te komen trainen, zeg ik meteen ja.’
‘Mijn advies aan mensen in dezelfde situatie is: blijf positief en geef niet op. Zo lang je positief blijft, houd je lol in je leven. In mijn werkplaats hoef ik alleen maar 2 vingers ergens op te leggen en dan loop ik. Er staan overal krukken. In huis loop ik met een rollator. Als mensen me vragen wat mijn doel is zeg ik nog steeds: “Lopen zonder hulpmiddelen”. Ik weet dat dat niet gaat lukken. Maar hoe het nu is, is goed.’